Friday, January 8, 2010

Te wezen, of niet te wezen. Dat is de vraag...

Ik word weleens wakker met een vraag in mijn hoofd. Zo ook vanmorgen. Wezen. Is wezen eigenlijk een werkwoord? Is het een vorm van zijn? Zoja, welke vorm is dat dan?
Wij zijn
Ik ben
Jij/u bent
Hij /zij is
Wij waren
ik was
Jij bent geweest
de abuis zijnde man (want vrouwen zijn dat nooit)

Waar precies voegt het woord wezen dan in dit rijtje?

Maar wezen is ook geen hoofdwerkwoord.
wij wezen
ik wees
jij weest.
JIJ ZAL WEL WEER AAN DE DRANK WEZEN.

Beide vormen van wezen die bestaan, zijn te verplaatsen met het woord "zijn". Je zult wel verkeerd wezen=Je zult wel verkeerd zijn.
Wees sterk! O nee, die niet, want je kan niet zeggen "ben sterk!" Tenzij je net een boterham met pindakaas hebt gegeten en de hik hebt waardoor we Ik niet horen.

Het is dus alleen in de afblafvorm (gebiedende wijs heette dat geloof ik). Achtung! Wees!
Wat vreemd, evengoed. Waar past dat woord nou thuis in dat rijtje, en zijn er nog meer van dat soort woorden?

Vertel mij eens, wie weet het antwoord?

No comments: